d ordt~in~beeld

de Geschiedenis van Dordrecht in beeld
met een knipoog naar de actualiteit
van de Oudste Stad van Holland


home

alle trajecten

tijdbalk


Varen in Voorstraatshaven

Onlangs viel ons oog op een twee afzonderlijke ansichtkaarten met een opvallende gelijkenis. Op beide afbeeldingen een nette heer keurig in het pak, die drie fraai geklede dames met hoed en parasol meeneemt op een plezierreisje door de Voorstraatshaven. Omdat we weten dat de prenten allebei afkomstig zijn van Tollens, die met een gerust hart de beste fotograaf van Dordrecht genoemd mag worden, durven we te veronderstellen dat het hier om hetzelfde gezelschap gaat. Wij vermoeden dat deze foto's in de zomer van 1918 zijn genomen, want de postzegel is gestempeld in januari 1919.

Blijkbaar heeft Tollens zijn statief iets verplaatst op de Wijnbrug, zodat zowel het Groothoofd als de Bonifatiuskerk gefotograveerd kon worden. In één beeld beide panden vangen lukte blijkbaar niet. Maar als geen ander wist deze fotograaf dat mooie gebouwen pas tot hun recht komen als de Dordtenaren zelf ook actief zichtbaar zijn op de foto. Het duurde best nog wel een poosje voordat hij zijn camera met statief weer goed had opgesteld. De galante roeier kwam inmiddels weer terug van zijn tochtje, zodat hij zijn foto opnieuw kon schieten. Hij maakte hierdoor de statische afbeelding van de Voorstraatshaven veel 'levendiger'.

Op de achterzijde zien we de fraai gebouwde Nieuwbrug. Deze brug is gebouwd naar het ontwerp van de vaker geroemde stadsarchitect Itz in 1849. Het ging in die tijd niet alleen om het bouwen van een stevige brug, maar ook nog eens om het fraai afleveren van een bouwwerk. Iets wat in onze tijd nog wel eens hieraan ondergeschikt wordt gemaakt. Wat dat betreft zou een stadsarchitect die begaan is met het esthetisch karakter van onze binnenstad geen overbodige luxe zijn. Tegenwoordig bepalen vaak de commerciele projectontwikkelaars hoe onze stad wordt vormgegeven, terwijl dan een welstandscommissie nog even mag bepalen of het wel mee door kan gaan.

Wat betreft de plezierreisjes is de Voorstraatshaven de laatste jaren weer veel meer in trek. Deze zomer hebben wij gasten vanuit Limburg met trots onze stad getoond en daarbij kon een tochtje met de fluisterboot uiteraard niet ontbreken. Rustig voeren wij door de haven, waarbij tegelijkertijd de geschiedenis van Dordrecht aan ons werd verteld. Het verdient wel aanbeveling nog eens goed te bekijken of de informatie wel altijd correct is. Zo werd terecht vermeld dat de naam Dordrecht afkomstig is van Thure Drith, maar dat dit feitelijk 'door trek'zou betekenen. Dit zou afgeleid zijn van de boten die vroeger getrokken werden met paarden langs het water. In verschillende geschiedenisboeken lazen wij toch altijd dat drith een 'doorwaadbare plaats' is en dat de Thure de naam van het riviertje is, wat nu de huidige Voorstraatshaven is. Dezelfde samenvoeging zie je ook terug in de naam van onze buurgemeente Zwijndrecht. Vermoedelijk afgeleid van een droogvalende plaats (drith) waar het riviertje de Swin kon worden overgestoken. De fluisterboot is overigens een fantastisch lokaal initiatief, dat verder nog best navolging of uitbreiding verdient.

Ook in de lokale politiek gaan er stemmen op om de Voorstraatshaven levendiger te maken. Na de raadsvergadering rond 'de Put van Piet' hoorden we ook van plannen voor trapkano's in de havens, zodat de handen vrij zijn om mooie foto's te maken van onze stad. Een ding is zeker. Een stad met mooie gebouwen maar zonder vrolijke mensen is een saaie stad. Dat toont onze Dordtse fotograaf Tollens met deze plaatjes. Het wordt pas echt levendig en sfeervol bij het zien van een menselijk tafereel. Trouwens, mocht er ooit een nieuw standbeeld in Dordrecht worden opgericht, denk dan eens aan onze stadsarchitect Itz die zoveel voor onze stad heeft betekend. Of anders wel de man die onze stad zoveel fraai in beeld heeft gebracht en onze historie zo levendig heeft verstild, de fotograaf Tollens.


Gezicht vanaf Wijnbrug

Gashouder aan Riedijkshaven



Als we nu de stekker in het stopcontact steken om onze laptop op te laden of de knop van de tv aanzetten, realiseren we ons niet dat er ooit een tijd was, dat dit allemaal niet bestond. Onze energievoorziening is tegenwoordig zo vanzelfsprekend geworden. We kunnen zelfs kiezen welke leverancier en wat voor stroom wij willen hebben. Sterker nog: we leveren zelf stroom aan het energienet via de zonnepanelen op ons dak. Op dit gebied is er in een relatief korte tijd veel veranderd en zal er nog veel veranderen.

Gaan we even terug in de tijd, dan zien we dat rond 1850 in de gemeenteraad druk werd gedebatteerd over de oprichting van een gasfabriek. In 1852 kwam dit daadwerkelijk in bedrijf, ontwikkeld uit een particulier initiatief van de Dordtenaar J.van Breda en J.M. van der Made uit Brakel. De gemeente Dordrecht wilde zijn vingers toen nog niet branden aan het project vanwege de hoge investeringen en te verwachten technische problemen. Beide heren zagen het echter wel zitten en begonnen toch met de klus . Al snel zag de gemeente in, dat er behoorlijke winst te behalen viel met het leveren van deze vorm van energie. Toen de concessie afliep werd door het gemeentebestuur besloten, om niet tot verlenging over te gaan en werd deze voor een flink bedrag afgekocht. Het bedrijf werd opgezet als privaatrechterlijke onderneming. Dat betekende dat de gemeente betaalde voor geleverd gas en geld ontving voor gebruik van de gemeentegrond voor de leidingen. Op de toenmalige gasfabriek werkten 33 Dordtenaren, maar toen in 1882 het gasbedrijf werd samengevoegd met het waterleidingbedrijf werd het aantal medewerkers flink uitgebreid.

Pas medio 1910 werd de elektriciteits centrale geopend. Veel bedrijven stapten over van gas naar elektriciteit. Ook particulieren zagen als snel de voordelen hiervan in. In 1942 werd Electriciteitsbedrijf Zuid Holland opgericht. De lokale elektriciteitsbedrijven bleven zelfstandig maar vraag en aanbod van geleverde energie moest door EZH in evenwicht worden gehouden. In 1949 mocht Dordrecht een nieuwe centrale bouwen en dit werd in 1953 in gebruik genomen. Toen in 1966 landelijk werd overgestapt op aardgas moest het gasbedrijf de werkzaamheden staken. Het bedrijf ging op in het Gemeentelijk Energiebedrijf (GEB) en bleef nog wel gas leveren aan buurgemeenten. Later werd het een NV waarvan de gemeente Dordrecht één van de aandeelhouders werd. In 1985 werd het NV Regionaal Energiebedrijf Dordrecht gevormd. in 1994 fuseerde dit bedrijf met de energiebedrijven van Rotterdam en den Haag tot het huidige Eneco.

Op de ansichtkaart zien we de gashouder gevestigd bij de Riedijkshaven. Op de andere kaart de elekriciteitscentrale aan de Noordendijk. Wat opvalt is de fraai gevormde gevel. Later werd het pand uitgebreid, zodat deze pui helaas geheel verdween.

Onlangs heeft het college van B&W van Dordrecht medegedeeld de aandelen Eneco te willen verkopen. Rotterdam en den Haag hadden dit al eerder aangekondigd. De aandelen van het bedrijf Stedin (voormalig Eneco Netbeheer) -verantwoordelijk voor een veilig en betrouwbaar transport van elektriciteit en gas- blijven nog steeds in handen van de gemeente Dordrecht. Het jaarlijks dividend zal men nu voor een deel moeten missen. Daar staat een forse eenmalige opbrengst van de verkoop van de aandelen tegenover. Het energiebedrijf is nu volwassen en zal verder op eigen benen moeten staan. Eneco ontwikkelt zich vast verder tot een belangrijke speler in deze energieke markt. Als de gemeenteraad instemt met het voorstel is de cirkel weer rond. Begonnen als particulier initiatief komt het bedrijf dan weer gewoon in privaat bezit.


Centrale aan de Noordendijk

Beverwijcksplein met Gemeenteziekenhuis



Aan de rand van ons oude historische centrum bevindt zich het pittoreske Beverwijcksplein. Voordat het deze naam kreeg werd het 'Schuttersweide' genoemd. De ruimte vlak buiten de oude belangrijke stadspoort werd vanaf de middeleeuwen namelijk gebruikt als exercitieveld. Hier werd door de Dordtse burgers geoefend om de stad te beschermen tegen indringers of kwaadaardige legers. Later werd het terrein vooral gebruikt als veemarkt. Tegenwoordig is een parkeergarage in de buurt met die naam nog de enige herinnering aan dat feit. Bij wijze van arbeidstherapie werd de ruimte door 'krankzinnigen' in 1853 opgehoogd. In 1875 besloot men hier een nieuw ziekenhuis te bouwen. Op de ansichtkaart zien we een afbeelding hiervan. Men besloot het plein een nieuwe eigentijdse naam te geven: het Beverwijcksplein. Dit naar de kundige Dordtse geneesheer Johan van Beverwijck die leefde van 1594- 1647. Het was onder andere zijn verdienste dat hij de ontdekking van William Harvey in 1619 van de bloedsomloop als eerste man op het continent openlijk erkende. Daarnaast schreef hij verschillende boeken over de gezondheidsleer als 'Schat der Gesondheit' begrijpelijk voor het gewone publiek en geschreven in de landstaal. Hij wist eenvoudig te beschrijven wat voor de gezondheid nuttig en wat schadelijk was.

Tot op de dag van vandaag kunnen we dit pleintje waarderen als een heel gezellige ruimte. Zelfs is de oude fontein ook weer teruggeplaatst zodat de herinnering aan deze tijd toch ook nog bewaard is gebleven. Het zou natuurlijk mooi zijn als de fontein ook echt water spuit, maar dat is wellicht nog wat teveel gevraagd. Wat ons meer zorgen baart zijn de plannen van de projectontwikkelaar om de nieuwe appartementen aan de Spuiboulevard te verhogen tot 27,5 meter. Dit zal naar onze mening betekenen dat het plein daarmee zijn intimiteit kwijtraakt. We hebben dit ook gezien bij de hoek van de Spuiweg waarbij de hoogte van de gebouwen aan de Spuiboulevard de panden aan de Spuiweg geheel doen verbleken. Het zal niet de hele oorzaak zijn, maar we stellen vast dat de gezelligheid van weleer in die straat nagenoeg is verdwenen. Voorlopig gaan we ervan uit dat het zover op het Beverwijcksplein niet zal komen. We zien hier vier jonge Dordtenaren op deze ansichtkaart bij wijze van protest met gebalde vuisten staan. Maar ja, de kaart is uit de jaren'30 dus of deze mannen nu nog zoveel weerstand kunnen bieden, wagen we te betwijfelen.


Beverwijcksplein Fontein

Visbrug



Hier op de Visbrug zien we Johan en Cornelis de Witt nog niet op hun geliefde plekje zitten dan wel staan. We hebben het even voor u opgezocht. De onthulling van dit standbeeld werd destijds in 1918 verricht. Let wel: Op 20 augustus. Dit was ook precies de dag dat de beide broers werden vermoord. Volgend jaar dus 100 jaar geleden. Misschien geeft dit feit trouwens wel aanleiding om de gruwelijke politieke moord van 1672 op beide broers te herdenken. Al zou het zo maar kunnen zijn dat de Visbrug op dat moment gerenoveerd wordt. Grootse plannen zijn in ontwikkeling waarbij zelfs de constructie met 'het gat in de brug' beter bekend als 'de Put van Piet' nog steeds een reële optie lijkt te zijn.

Op deze foto van dus hoogstwaarschijnlijk meer dan 100 jaar geleden zien we behalve paardentram en toenmalige Dordtse schooljeugd ook een markant gebouw uit 1516 met fraai trapgeveltje. Op ansichtkaart hieronder zien we hetzelfde gebouw omschreven als 'Oude Gevel Americain'. Volgens onze herinnering was er toen een café-restaurant in gevestigd. Tegenwoordig kennen we dit pand veel beter als 'de bibliotheek' kortweg 'de Bieb', door kenners ook wel 'De Vergulde Os' genoemd. Als zodanig ook te herkennen door het rustend goudkleurig osje op de hoogste trede. Op deze foto nog niet aanwezig. Dit ornament is pas veel later bij een restauratie in 1986 op de gevel aangebracht. Met een Vleeshouwersstraat zo dichtbij is een verwijzing naar het slagersgilde niet uitgesloten.

Aan de hand van de ANWB-bewegwijzering stellen we na ontcijfering vast dat dit de route was naar Zwijndrecht. De auto's reden hier dus linksaf richting het Zwijndrechts veer en staken zo met de boot de rivier over. Die automobielen hoeven wat ons betreft niet meer terug te komen. Maar misschien is het wel een idee om dit bord weer terug te plaatsen, maar dan om de weg naar het fraaie historische havengebied aan te geven. Als op termijn de bibliotheek gaat verdwijnen naar de Spuiboulevard zouden de toeristen hier eerst bij het vernieuwde café-restaurant 'de Vergulde Os' op de brug een heerlijk ambachtelijk sateetje kunnen nuttigen en dan zo wandelend hun weg vervolgen via de Vleeshouwersstraat richting Nieuwe Haven en Groothoofd. Dordtenaren halen hun leesboek voortaan wel op het vernieuwde stadskantoor en lezen het dan heerlijk rustig onder genot van een wit wijntje op de vernieuwde Visbrug uit. Uiteraard moeten de lezers wel blijven opletten of er dan onverhoopt geen gat in zit..


Gebouw de Vergulde Os

Onafhankelijkheidsfeest 1913

Ruim een eeuw geleden was het ook feest in Dordrecht. Geen koningsfeest, maar in het hele land werd in 1913 gevierd dat ons land 100 jaar eerder bevrijd was van de Franse bezetter. In 1813 werd Napoleon door de Engelsen en Duitsers verslagen en moest afstand doen van de troon in ons land. Aanvankelijk werd Napoleon Bonaparte binnengehaald als grote held. Daarna werden wij gedwongen onder zijn leiding een keizerrijk te vormen. Zo'n 14.000 jonge Nederlanders werden door Napoleon meegesleept in een erbarmelijke oorlog met Rusland. Slechts weinig soldaten zijn teruggekomen uit deze verschrikkelijke strijd.

Toch heeft ook deze vreemde overheersing gezorgd voor een aantal maatregelen waar we achter best blij mee mogen zijn. De Franse tijd heeft invoering van de Grondwet, het Burgerlijk Wetboek, de Burgerlijke stand, het Kadaster tot gevolg gehad. Ook werden sinds die tijd achternamen ingevoerd en adresaanduidingen verbeterd en Kamer van Koophandel werd toen ingesteld. Toch wel zaken waar we achteraf geen spijt van hoeven te hebben. Invloeden van buitenaf kunnen dus best weleens goed uitpakken.

Dat men ook in Dordrecht ook in 1913 al een feestje kon vieren blijkt wel uit deze ansichtkaarten. Hier zien we een optocht met muziekkorpsen over de Groenmarkt lopen ter hoogte van de Vleeshouwersstraat. Ook aan verkleedpartijen werd veel tijd en aandacht besteed. De Dordtse bevolking van jong tot oud keek vol verwondering naar het opgevoerde schouwspel.

Wij vragen ons af of het vieren van de onafhankelijkheid niet belangrijker is dan het vieren van de geboortedag van onze koning. Het lijkt erop dat we na ruim 200 jaar het vieren van de onafhankelijkheid niet meer zo op prijs stellen. Wij kunnen ons niet herinneren dat we in 2013 ook maar enige aandacht hebben gegeven aan dit heuglijke feit. Uiteraard heeft een andere bezetting in 1940 door de Duitsers dit feit wel wat verdoezeld. Misschien moeten we toch het jaartal 2063 nog maar eens agenderen. Dan is het 250 jaar geleden dat ons land onafhankelijk werd van een vreemde mogendheid. En dat is best wel een extra feestje waard.


Onafhankelijkheidsfeest 1913

Voorstraatshaven 1

Zoek de verschillen

Het aardige van verzamelen van oude ansichtkaarten is, dat we zien dat diverse foto's soms van exact dezelfde locatie zijn genomen. Dan is het altijd leuk om te bekijken of er ook verschillen zijn te ontdekken om vast te stellen wat er in de loop van de jaren is veranderd. Als allebei de foto's uit dezelfde tijd zijn is dat soms niet zo gemakkelijk. Deze beide ansichtkaarten zijn vermoedelijk van omstreeks 1913. Het lijkt erop dat de foto van Tollens, met de drie mannen op de Lombardbrugbrug, de oudste is. Dit leiden we af uit de laatste woning vlakbij het stadhuis waar een hekwerk langs de muur is aangebracht. Op de andere foto zien we dat de planten zich al aardig zich langs het hek omhoog hebben gewerkt. Zo stellen we vast dat er toch minimaal een half jaar moet zitten tussen beide opnames. Zo is ook bijvoorbeeld de reclame voor de 'timmerwinkel' op de andere foto verdwenen.

Verder zien we op het dak van het stadhuis ook een soort hekwerk. Dit zal vermoedelijk voor de telefoonverbinding zijn geweest. In 1881 opende de Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij in Amsterdam het eerste Nederlandse openbare telefoonnetwerk. Vanaf het begin van de eeuw daarop 'bellen' we al heel wat af in Dordrecht. De eerste telefoons zien we onder andere bij het gemeenteziekenhuis en dus ook hier bij het stadshuis. Aan de hand van deze afbeeldingen zou je verder kunnen vaststellen, dat er eigenlijk daarna niet zo heel veel is veranderd in Dordt. Het aardige is dat het plaatje, zoals we hier onze stad rond 1913 zien, nu nog steeds zo heel herkenbaar en vertrouwd is.

Dat neemt niet weg dat er wel degelijk sinds die tijd veel in onze stad is gewijzigd. Dit heeft zeker wel ook te maken met een gebouw op deze foto's. In de jaren '60 en'70 van de vorige eeuw werden namelijk hier in het stadhuis de snode saneringsplannen gesmeed waarvan de gevolgen tot op de dag van vandaag nog kunnen worden gevoeld. Vanuit het oude stadhuis worden tegenwoordig nog steeds mooie plannen bedacht om onze stad steeds beter op de kaart te zetten. Het blijft dus wel van belang om de ontwikkelingen goed te blijven volgen. Volgend jaar zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. Alle Dordtenaren mogen dan weer hun volksvertegenwoordigers uitkiezen waarin zij het vertrouwen stellen om onze stad te verfraaien en vooral het mooie te behouden. Dat betekent dus dat een generatie na ons weer kan zien welk verschil wij gemaakt hebben...

31/3/17


Voorstraatshaven 2

Spuihaven

Op de achtergrond van deze ansichtkaart van de Spuihaven zien we de Molen de Maagd. Deze stond in de buurt van het Vrieseplein vlakbij de Blekersdijk en werd afgebroken in 1919. In hetzelfde jaar werd deze kaart verstuurd zodat deze foto vermoedelijk dus werd genomen vlak voordat deze fraaie blikvanger moest verdwijnen. Omdat de wind steeds meer werd tegengehouden door toegenomen en hogere bebouwing was het niet rendabel om de molen te laten staan. Het gebouw werd door de gemeente Dordrecht opgekocht met de bedoeling deze zo snel mogelijk te slopen. Dit ging nog niet eens zo eenvoudig, want de molen was van een zeer stevige constructie. Tijdens de sloop viel de molenas met een gewicht van 7000 kilo naar beneden. Wonder boven wonder werd hierbij gelukkig niemand gewond. Aan het eind van de Blekersdijk staat nu een appartementengebouw waarbij in de voorgevel nog een gevelsteen is te zien van de Dordtse Maagd. Hieruit valt af te lezen dat de eerste steen werd gelegd in 1762 door Cornelis Bax. Het hoge pand links op de foto is het voormalige Oranjehotel. Dit is de plek waar nu het gebouw van de Mediamarkt staat. De brug over de Spuihaven is de oude Johan de Wittbrug.

Dezelfde molen zien we op de andere ansichtkaart van het onlangs opgeknapte Vrieseplein. Na het afbreken van het Oranjehotel heeft zich in dat deel van de stad voor zover wij weten geen hotel meer gevestigd. Maar dat lijkt nu binnenkort te gaan veranderen. Er zijn vergevorderde plannen om hier het gloednieuwe Best Western Hotel met 84 kamers te gaan bouwen. Het lijkt ons een aanwinst voor de stad en zal vermoedelijk de aanlooproute naar de stad via de Vriesestraat veel goed doen. Hoe het gebouw er precies uit gaat zien moeten we nog maar even afwachten. De eerste beelden hiervan lijken het gebouw een wat moderne uitstraling te geven. Het zou mooi zijn als de architecten alsnog zouden worden geïnspireerd door de architectuur van bijvoorbeeld het Oranjehotel. Als het gebouw er eenmaal staat willen we er als Dordtenaar voorlopig met plezier er minimaal weer een eeuw tegenaan kunnen kijken. En dan nog een tip wat de naam betreft: 'Best Western Hotel' roept bij ons een beeld op van klapdeurtjes en schietende cowboys. Dan lijkt ons toch een naam als 'Dordtse Maagd' een wat aangenamer en vrediger beeld op te roepen.

24/2/17


Vriesplein met Molen de Maagd

Wijnstraat omgeving Groothoofd

We zijn met deze afbeelding van de Wijnstraat op een van de oudste dijken van ons eiland beland. Zoals al eerder in deze rubriek vermeld was de Voorstraat de oudste bedijking langs de Thure -de latere Voorstraatshaven- op ons eiland van Dordrecht. Je zou kunnen zeggen dat de Wijnstraat dus de allereerste uitbreiding van onze stad betekende. Deze straat heette dan ook aanvankelijk Nieuwedijk. Vermoedelijk zullen eerst de beter gesitueerden de benauwde Voorstraat hebben verlaten en een wat ruimer optrekje hebben gekozen op de Nieuwedijk. In de loop van de tijd versterkt zo'n situatie zich en konden de handelaren die het konden betalen een woning laten bouwen aan de Wijnstraat. Deze latere naam 'Wijnstraat' was te danken aan onze florerende economie waarbij onder andere de handel in wijn een belangrijke rol speelde.

Vermoedelijk heeft de fotograaf van deze ansichtkaart zich in 1929 niet gerealiseerd dat hij in één foto een kentering kon laten zien in de verkeerssituatie aldaar voor de komende eeuw. De Dordtenaar verplaatste zich tot dan toe nog te voet- eventueel met handkar- of liet zich kalm en bedaard vervoeren op een kar getrokken door een paard. Op onderstaande foto zien we nog de rails liggen waar de paardentram reizigers vervoerde vanaf station naar het Groothoofd. We zijn nu een kleine eeuw verder in de tijd en de auto heeft de verkeerssituatie geheel gewijzigd. De automobilist in deze auto zal vermoedelijk nog niet zo hard hebben gereden als tegenwoordig nog weleens gebeurt. Hij heeft namelijk een hoed op en een open dak en zal zich daarom vast nog wel hebben ingehouden om het gaspedaal al te diep in te trappen.

Inmiddels is de Wijnstraat uitgegroeid tot één van de mooiste en voornaamste straten van onze stad. De kronkelige ligging veroorzaakt door de loop van de rivier geeft een natuurgetrouw schilderachtig plaatje. De bestrating is onlangs weer in oude glorie teruggebracht. Er liggen zelfs voorstellen in de gemeenteraad om het verkeer aldaar weer terug te brengen naar éénrichtingsverkeer. Maar of dat de raad deze knoop durft te hakken moet nog worden afgewacht. Het is hierbij van belang of de burgers van Dordrecht iets prijs willen geven van hun gewoonte om met hun automobiel door onze stad heen te kunnen sjezen. Men denkt nu na over eventuele andere mogelijkheden om het autoverkeer wat af te remmen. Misschien dat het alternatief -een paardentram-ook wel aanspreekt? En anders stellen we voor dat voortaan alleen nog maar auto's met open dak en automobilisten met hoed op door de Wijnstraat mogen.

26/1/17


Wijnstraat

Station Dordrecht achterzijde

Op deze ansichtkaart rond 1900 zien we de achterzijde van een gebouw dat iedere Dordtenaar onmiddellijk zal herkennen als 'het station'. Het in 1872 gebouwde pand is in zogenaamde 'waterstaatstijl' opgetrokken. Deze stijl kenmerkt zich vooral door gebruik van goedkope bouwmaterialen, maar met de architectuur werd dan toch geprobeerd om het pand een wat imposantere uitstraling te geven.

De stoomtrein naar het zuiden komt hier zojuist aan en passagiers richting Rotterdam wachten nog rustig af totdat hun trein straks binnen komt rijden. Dankzij het succesvolle evenement 'Dordt in Stoom' kunnen we eens in de 2 jaar dit schouwspel nog enigszins herbeleven. Volgend jaar slaan we een keertje over, maar in 2018 zien we hopelijk 'het grootste stoomevenement van Europa' weer in onze stad terug.

In die ruim honderd jaar is ondanks de vele overeenkomsten best wel heel veel veranderd. Niet alleen het opwekken van stoomkracht met kolenverbranding maar ook de scheiding op de perrons tussen mannen en vrouwen is gelukkig verdwenen. Voor de verlichting onder de donkere overkapping werden toen nog gaslantaarns gebruikt. Reizigers konden in die tijd de trein wel gemakkelijk bereiken via het station zonder hinderlijke toegangspoortjes. Op de kleine foto ziet u nog de locomotievenloods staan die jammer genoeg in de jaren '60 werd gesloopt om plaats vrij te maken voor de bussen. Daar stond ook het pompstation waar de locomotieven het water innamen om stoom mee te fabriceren. Na het verdwijnen van de stoomlocomotieven werd de loods in gebruik genomen door de vervoerder Van Gend & Loos. In die jaren is ook het gebouw gesloopt en kwam daar de ruimte voor de bussen voor terug. In die tijd was onze stad Dordrecht ook al van groot belang voor vervoer van- al dan niet- gevaarlijke goederen via de trein. Veel bedrijven o.a. op de Staart werden direct bevoorraad via aparte lijnen dwars door de stad heen.

Dat deze vele spoorlijnen ook zorgden voor een ongemakkelijke fysieke scheiding tussen de diverse wijken bleek later. De uit de grond gestampte wijken Krispijn (1915) en later ook Crabbehof (1960) en Sterrenburg (1970) werden volledig gescheiden van het stadscentrum door het brede spoorwegemplacement. Deze ongemakken werden deels verholpen met een spoorwegovergang bij de Dubbeldamseweg. Omdat deze vaak gesloten bleef werd een voetgangersbrug (1918) bij de Dubbeldamseweg gebouwd hoog over de rails heen.

In 1937 werd tot vreugde van de Dordtenaren eindelijk de Krispijntunnel gebouwd. Later werd ook spoorwegovergang bij de Dubbeldamseweg vervangen door een tunneltje voor het langzaam verkeer. De tunnel onder het station was tot onlangs voor voetgangers nog een doorgang waar dankbaar gebruik van werd gemaakt. Recent besloot de NS deze tunnel niet meer toegankelijk te houden voor doorgaand verkeer zonder geldig vervoersbewijs.

Zo langzamerhand wordt het wel hoog tijd dat dit gebied achter het station beter wordt ontsloten. De Dordtse verkeerswethouder Rik van der Linden heeft al aangekondigd dat er voor de achterzijde van het station grootse plannen in ontwikkeling zijn. De mogelijkheid wordt niet uitgesloten het tunneltje onder het station tóch weer een belangrijke doorgangsfunctie te geven voor voetgangers en fietsers vanuit de wijken naar de binnenstad. De treinreizigers zullen dan voortaan het perron weer gewoon kunnen bereiken via het stationsgebouw. Dat zou toch mooi zijn? Dan wordt het station gebruikt waar het ooit voor bedoeld was... en dan zijn we toch ook weer een beetje terug bij hoe het ooit begon..

Niet alles was vroeger zo slecht.. Als nu ook de intercity's weer terugkomen dan kunnen we pas echt tevreden zijn.
29/12/2016


Station Dordrecht achterzijde


De langste winkelstraat van Nederland

Deze ansichtkaart van Dordrecht werd volgens het stempel in 1922 gepost. In nog geen 100 jaar is het aanzien van onze stad dus best wel veranderd. Maar dan bedoelen we toch vooral de kleding-zoals japonnen tot aan de grond, knickerbockers, hoeden of petten- en de straat zelf met zijn vele paardendrollen. De gebouwen daarentegen zijn nauwelijks veranderd. De meeste winkels staan er zo nog steeds. Ook is het in al die jaren een levendige straat gebleven. Al zullen de winkeliers tegenwoordig graag nog wat meer klanten willen verwelkomen.

De Voorstraat stond ooit bekend als 'langste winkelstraat van Nederland' en is dit waarschijnlijk nog steeds. Dordrecht heeft als oudste stad van Holland de meeste tijd gehad om zich uit te breiden. De Voorstraat speelde in die ontwikkeling een belangrijke rol. En daar profiteren we nu nog steeds van. Zo kunnen bij grote evenementen veel mensen door onze stad slenteren en volop historische gebouwen bewonderen. Gelukkig hebben de meeste panden een degelijke constructie en zijn zo nodig later eventueel verbouwd en aangepast aan de gewijzigde bestemming.

Het gemak waarmee de panden tegenwoordig worden gesloopt, stuit ons weleens tegen de borst. Soms zien we dat veel panden uit de jaren '60 al rijp bevonden worden voor de sloop en niet meer voldoen aan 'de eisen van de tijd'. En jammer genoeg verdwijnt dan daarmee ook vaak daarmee het unieke karakter uit een wijk. Meerdere generaties hebben er zo dus voor gezorgd, dat de gebouwen in de Voorstraat goed werden onderhouden en bestemmingen aan de gewijzigde tijd aangepast. Daarmee bleef ook het knusse karakter van de Voorstraat intact.

Nu steeds vaker aankopen worden gedaan via internet wordt de Voorstraat als winkelstraat ter discussie gesteld. Regelmatig gaan er stemmen op om de winkelfunctie te verplaatsen naar de kern van het winkelgebied rond het Statenplein. Het zou toch jammer zijn als hiermee de Voorstraat daarmee zijn unieke naam als ‘langste winkelstraat van Nederland’ gaat verliezen. Beter zou zijn de bestemming van de winkels aan te passen voor verkoop van goederen die niet snel via internet worden verkocht. Wij denken dan hierbij vooral aan winkels in tweedehandsgoederen en kunst-of antiekwinkels of horeca. Toegegeven: wij zijn wel enigszins bevooroordeeld omdat wij graag snuffelen in Dordrecht naar oude ansichtkaarten.

In het midden van de Voorstraat zien we helaas de uitzondering die de regel bevestigt. Naar wij begrepen hebben twee broers daar enkele naast elkaar gelegen panden geërfd, maar kunnen ze het samen niet eens worden over de nieuwe bestemming. De panden verpauperen nu al vele jaren en zijn een smet voor onze binnenstad. De gemeente Dordrecht heeft nu een dwangsom ingesteld en bij in gebreke stelling dreigt nu openbare verkoop. Het zou jammer zijn als de gemeente hier in moet grijpen, terwijl al die generaties in Dordrecht al die jaren zo goed voor hun panden hebben gezorgd. Laten we hopen, dat het zo ver niet komt en dat beide broers tijdig tot inkeer komen. Als ze nog een advies willen voor een nieuwe bestemming, mogen ze altijd bij ons aankloppen...
25/11/2016


De Papendrechtse Brug

Veel Dordtenaren zullen bij het woord Merwedebrug hun gedachten eerst laten uitgaan richting Gorinchem. Maar ook in Dordrecht hebben we een brug met dezelfde naam. Door Dordtenaren wordt deze verbinding steevast 'Papendrechtse Brug'genoemd. En niet alleen door gewone Dordtenaren. Ook de gemeente Dordrecht noemt op de sociale media deze brug ook zo. Al sinds mensenheugenis zijn Dordtenaren altijd eigenwijs en goed in het verzinnen van namen voor straten, bruggen en pleinen. Soms lag het wel erg voor de hand, zoals Lange IJzeren Brug. Weet iemand nog waar het Nassauplein lag? Nog maar kort geleden werd hier door de gemeente officieel Paulusplein van gemaakt.

Kijken we naar deze nog jonge ansichtkaart-uit 1973-valt ons allereerst op dat het verkeer vooral over het water ging. Auto's zijn op de foto nog nauwelijks te bekennen. Ook zien we dat het toen nog voldoende werd gevonden om het tegemoetkomend verkeer te scheiden door middel van een dikke witte streep. Als je nagaat hoeveel verkeer en- vooral zwaar verkeer- tegenwoordig over de brug rijdt kun je je petje afnemen voor de constructeurs van deze brug. Men voorzag heel goed dat het nodig was om rekening te houden met toename van het aantal voertuigen. De brug is gebouwd in de jaren 60 van de vorige eeuw. Volgend jaar bestaat deze brug precies 50 jaar.

Verder zien we trouwens op de foto ook nog de Electrische Centrale. Eind 1984 werden deze pijpen afgebroken. De destijds door kolen, olie en aardgas opgewekte energie was bepaald niet schoon te noemen. In geheel Zuid-Holland-Zuid werd door het Gemeentelijk Energiebedrijf (GEB) elektriciteit geleverd. Het is nu de ambitie van onze bestuurders dat alle energie die we op ons eiland in 2050 verbruiken 100% duurzaam wordt opgewekt. Onlangs werden 4 grote windmolens geplaatst aan de westzijde van ons eiland. Dat betekent, dat nu 3% van onze energie aan de normen voldoet. Nog lang niet voldoende dus.

Zo hebben we dankzij deze ansichtkaart toch een bruggetje kunnen slaan tussen druk autoverkeer en schone energiewinning. Laten we er maar op vertrouwen dat onze wethouder van milieu én verkeer eenzelfde inzicht heeft in de toekomstige ontwikkeling op ons eiland van Dordrecht als de bouwers van de Papendrechtse brug. Want regeren is vooruitzien. Maar misschien moet hij maar eens beginnen met de naam van de brug aan te laten passen. Als er straks toch weer berichten komen over haarscheurtjes in de Merwedebrug moet het wel duidelijk zijn, wélke Merwedebrug wordt bedoeld...
27/10/2016


De Papendrechtse Brug

Het Vrieseplein

De ansichtkaart toont de Vriesebrug rond de jaren 50. De brug heeft zijn naam te danken aan ene Hendrick de Vriese.
Deze persoon was een schepen uit de middeleeuwen -tegenwoordig zouden we zeggen bestuurder of burgemeester- die blijkbaar goed in de slappe was zat. Hij was in de tijd van Floris de V -rond 1285- een zeer belangrijk geldschieter en voorzag niet alleen de stad maar zelfs het hele land van de nodige middelen.

We zien hier één van de toegangswegen naar de oude binnenstad. Ooit stond op de plaats van de afbeelding de stadsmuur en de Vriesepoort om vijanden uit de stad te weren. De straat waar we op uitkijken- de Vriesestraat- was samen met de Voorstraat een dijk en beschermde de inwoners tegen het water van de Thure. Aan beide zijden van de Thure ontstond de oude stad Dordrecht. Geografisch bevinden we ons dus ook hier op een zeer belangrijk strategisch punt.

Naast de Vriesepoort bevond zich eeuwenlang de Kruittoren die gebruikt werd om kruit op te slaan dat nodig was ter verdediging van de stad. Pas in 1871-dus slechts enkele tientallen jaren vóór het maken van deze foto- werd deze toren afgebroken. Vóór de Vriesepoort lag in de 80-jarige oorlog een bolwerk-ter verdediging van de stad- waaruit later het Vrieseplein ontstond.

Deze foto geeft de gemoedelijke sfeer van dit plein al goed weer. Het plein is nu weer opgeknapt en deze week zagen we de stratenmakers druk bezig om het plein weer vorm te geven. Wat ons opviel, was dat de vrolijke lantaarnpaal zoals op deze ansichtkaart te zien, ook weer terug is. De kleine bomen hier op de foto groeiden uit tot uit de kluiten gewassen exemplaren maar zijn nu gerooid. Verwacht mag worden dat binnenkort het plein opnieuw van jonge bomen wordt voorzien.

Uit andere ansichtkaarten maken we op dat op het Vrieseplein regelmatig een kermisje werd gehouden. Wellicht wordt deze traditie ook in ere hersteld? Al zal het dan geen kermis zijn zoals op de Spuiboulevard ... een kleine attractie mag toch niet ontbreken als straks het pleintje weer officieel in gebruik wordt genomen?

Oud-burgemeester Hendrick de Vriese is er niet meer om de kosten te lenigen. De vraag is of burgemeester Brok bereid is de portemonnee te trekken.. Gelukkig is er altijd nog het ondernemersfonds waarin toch inmiddels wel wat kapitaal moet zijn gestort. Deze vernieuwde toegangsweg tot het fraaie oude stadswinkelhart van Dordrecht verdient immers best een vrolijke opening.

30/9/16


Kermis op het Vrieseplein

Johan en Cornelis de Witt op de Visbrug

Op deze ansichtkaart van zo'n bijna 100 jaar terug zien we de Visbrug in al zijn glorie. Zo te zien is daar in al die jaren niet zo heel gek veel veranderd. Het lijkt er op, dat dit binnenkort toch wel zou kunnen gaan gebeuren.

Afgezien van de vraag of 'de Put van Piet' al dan niet doorgaat, is het nog maar af te wachten of het standbeeld van Johan en Cornelis daar wel blijft staan. Onlangs hoorden we een interview met de directeur van het Museum, Peter Schoon bij onze lokale radio Drechtstad FM. Met enige stelligheid wist hij het nieuws te brengen, dat er binnenkort een standbeeld bij zou komen in Dordrecht. Naast de onafscheidelijke Johan en Cornelis de Witt, de artistieke Ary Scheffer, de kunstzinnige ballen van Albert Cuyp zou de gevierde Willem van Oranje onze stad komen opluisteren. "Hoe het er precies uit zou gaan zien en waar het beeld zou komen te staan was nog niet helemaal besloten", wist hij te vertellen.

Zouden straks de heren de Witt moeten wijken voor Willem van Oranje? Dat zou wel erg pikant zijn. Immers; de geschiedenis leert ons dat in 1672 de broers Cornelis en Johan gruwelijk aan hun einde zijn gekomen omdat er door het gepeupel sterk getwijfeld werd aan de trouw van de heren aan Willem van Oranje. Cornelis- de oud burgemeester van de stad Dordrecht- werd urenlang pijnlijk gemarteld om een bekentenis van ontrouw af te dwingen. Hieraan weigerde hij toe te geven.
De volgende dag werden hij en zijn broer Johan -raadspensionaris- op gruwelijke wijze zonder enige vorm van proces vermoord.

Later werd op de vraag wat voor bewijsmateriaal ze gevonden hadden bij het onderzoek van de nalatenschap van de broers door de onderzoekers geantwoord: "Wat zouden we anders gevonden hebben dan eerlijkheid!".

Dordrecht mag en moet trots zijn op deze broers die veel voor de stad en voor het land hebben betekend. In het rampjaar 1672 was ons volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos. Maar de beide Dordtenaren stonden pal voor het landsbelang. Geboren en getogen in een woning aan de Grotekerksbuurt is er geen betere plek voor hen vlakbij hun ouderlijk huis te vinden, dan waar ze nu staan. Het beeld ontworpen door de beeldhouwer Ton Dupuis is onthuld op 20 augustus 1918, de dag dat de broers werden vermoord. Dit betekent dus dat het beeld er over 2 jaar precies 100 jaar staat.

In de aanloop naar deze gebeurtenis zal meer aandacht voor deze illustere Dordtenaren op zijn plaats zijn. Door politiek gekonkel zijn de broers op een verschrikkele wijze zonder eerlijk proces aan hun eind gekomen. Dit zal nooit mogen worden vergeten en daarom zouden wij ervoor willen pleiten om op deze brug zelfs Willem van Oranje op eerbiedige wijze afstand te laten houden.

Het zal toch niet zo zijn dat de broers eerst hun leven en later nog eens hun bronzen nagedachtenis aan Willem van Oranje moeten opofferen? Dat zou pas echt redeloos zijn....

26/8/16


De Botermarkt

Het stadsbestuur van Dordrecht besloot in 1841 om de Wijnkoperskapel in de Wijnstraat, in gebruik als Waalse kerk, af te breken. Op deze plek werd een nieuwe handels-en boterbeurs gevestigd. De bekende stadsarchitect Itz kreeg de opdracht om dit gebouw vorm te geven. Veel goederen zoals banken, preekstoel en vooral niet te vergeten: het aparte torentje werden hergebruikt. Dit verhuisde allemaal naar de Waalse Kerk bij de Visstraat-hoek Voorstraat, dat al vanaf 1635 in bezit was van de Waalse Gemeente.

En hier op deze ansichtkaart uit 1912 zien we vóór het gebouw van de boterbeurs van Dordrecht een jonge vrouw met volle tassen staan. Zou dit soms Catootje zijn, waarvan in een bekend oud Hollands liedje was vermeld, dat zij naar de botermarkt was gegaan? In theorie zou het kunnen: want op 12 januari 1939 werd hier de laatste botermarkt gehouden. Overigens beschreef de gemeentearchivaris J.L. van Dalen dit als 'de Markt van Boter en Surrogaten'. Het lijkt er dus op, dat er ook wel wat producten van mindere kwaliteit werden verhandeld.

Beneden zien we de hekken die gesloten waren als er geen botermarkt was. Het gedeelte boven de beurs was eerst in gebruik bij het Dordrechts Museum. Mede door de gift van de dochter van Ary Scheffer aan de gemeente Dordrecht-na het overlijden van haar vader-was het nodig om uit te wijken naar een nieuw onderkomen. In 1904 verdween het museum naar de Lindengracht - de tegenwoordige Museumstraat. En zoals we op de foto zien, werd hier toen de openbare leeszaal gevestigd. Uit een andere ansichtkaart van rond die tijd wordt duidelijk hoe het gebouw er toen van binnenuit zag. Later werd het gebouw nog gebruikt als Centrum voor Buitenlanders. Als we goed zijn geïnformeerd heeft zelfs Sint-Nicolaas hier nog een enkele nacht mogen verblijven.

Het open gedeelte naast het monumentale gebouw was in gebruik als groentemarkt. Tuinders uit de omgeving kwamen hier hun groente bij afslag verkopen. De mooie bomen zijn bijna allemaal gerooid en is het een kaal parkeerterrein geworden. Alleen de naam 'Botermarkt' op het staatnamenbordje verwijst nog naar het roemrijk verleden. Nu zijn er plannen bij de gemeente Dordrecht om het gebouw te verkopen aan een projectontwikkelaar. Het zou dan de bedoeling zijn om het gebouw weer een woonbestemming te geven. In het gebouw komen dan een vijftal luxe lofts. Het lijkt ons een mooi plan; want zeg nou zelf.. wie wil er nou niet onder het dak slapen waar ooit de Goedheiligman zijn hoofd te ruste heeft gelegd?

24/6/16


Leeszaal binnen

Recreatie aan de Noordendijk

In deze aflevering van Dordt in Beeld hebben wij gekozen voor een gezellig tafereeltje rond 1900 aan de Noordendijk. Dit is één van de oudste dijken van het eiland van Dordrecht. Al vóór 1421 verbond een deel hiervan onze stad met het huis te Merwede aan de Staart.

In 1603 werd deze dijk opnieuw aangelegd maar toen kwam het oude slot buitendijks te staan. Al eerder schreven wij dat de Dordtenaren na het beleg van Dordrecht in 1418 niet zo echt gesteld waren op de overblijfselen van 'de heeren van de Merwede'. Vooral ná de St. Elizabethsvloed (1421) kreeg de waterkering de belangrijke functie om het achterliggende land van Dubbeldam voortaan te beschermen tegen het opdringende water.

Aan het eind van de 17e eeuw werd van de nood een deugd gemaakt door aan weerszijden van de Noordendijk houtzaagmolens te bouwen. Het hout kwam dan via de rivier naar Dordrecht en werd buitendijks in het water opgeslagen om daarna te worden verzaagd. Op de foto zien we de twee paltrokmolens, de Duinen (1681) en de Windhond (1685). De naam paltrok lijkt afkomstig te zijn van de zwarte overjassen die toen gedragen werden door de doopsgezinde mannen uit de Paltz in Duitsland. Verdreven vanwege hun geloof kwamen zij als vluchteling naar Nederland om hier handel te drijven. De jas trof zoveel gelijkenis met de zwart geteerde molens met zijn luifels, dat deze al snel Paltzrokken werden genoemd. Beide molens zijn in het begin van de 20e eeuw door het waterschap de Vierpolders aangeschaft en daarna gesloopt.

Dat de Dordtenaren toch ook wel een reputatie hebben van levensgenieters laat deze ansichtkaart zien. Onder het genot van een lekker biertje of een koel glas melk was het goed toeven op 'het terras' van mevrouw v.d. Graaf. Na een dag van noeste arbeid op het achterliggende land zal een versnapering dan zeker welkom geweest zijn.

Eigenlijk is er na al die jaren weinig veranderd in Dordrecht. De terrasjes in de stad zijn nu ook weer goed gevuld en het lijkt er zelfs op dat er steeds meer bijkomen. Een levendige binnenstad creëren is dan ook een belangrijke wens van ons stadsbestuur. Ook komen er nog steeds vluchtelingen in al dan niet wat vreemde kledij naar ons regio toe. En wat betreft de windmolens zullen we waarschijnlijk ook weer een herbeleving gaan meemaken. Het besluit in onze raad is genomen, dat er 4 windmolens mogen worden gebouwd op de Dordtse Kil IV om aan de vraag naar duurzame energie te gaan voldoen.

Misschien dat onze buurgemeente Zwijndrecht hier nog wel een stokje voor wil steken. Want zo weinig slagschaduw en geluidsoverlast als de molens op deze foto zullen deze nieuwe windmolens vast niet geven.

27/5/16


Villa Merwestein

In 1852 liet de eigenaar van de vroegere buitenplaats Merwestein, Otto Boudewijn ´t Hooft van Benthuizen, lid van de Eerste Kamer en grootgrondbezitter, dit landhuis aan de zijde van de Groenedijk bouwen. Bij zijn overlijden in 1878 kwam het vruchtgebruik van de villa terecht bij zijn vrouw en het blote eigendom bij zijn dochter weduwe Beelaerts van Emmichoven.

In 1884 overleed ook de echtgenote van de heer 't Hooft van Benthuizen en een jaar later werd het pand en de grond eigendom van de Gemeente Dordrecht. De financiering van deze aankoop werd mogelijk gemaakt door de gegoede burgerij uit de directe omgeving. Dit gebeurde overigens wel voor een deel uit eigenbelang. De huizenbezitters in de buurt wilden namelijk niet, dat op die plaats goedkope arbeiderswoningen zouden worden gebouwd, omdat dit de waarde van hun woningen nadelig zou kunnen beïnvloeden. Daarom zamelden ze geld in om hiermee de woning te kopen van de weduwe met het doel om van de tuin een voor iedereen toegankelijk park te maken. Hoogste inschrijver was koopman en wethouder S.W. Hugo van Gijn met een gift van fl. 2.000,- en een lening van fl. 10.000,-.

Tijdens de laatste raadsvergadering in 1984 wordt -vlak voor het aflopen van de optie- door het college van B & W voorgesteld om de Villa Merwestein aan te kopen en het gebied tot een openbaar park in te richten. Het voorstel wordt met 14 tegen 4 stemmen aangenomen. De burgemeester Nebbens Sterling betrok het schitterende pand en ook zijn opvolger de burgemeester Zimmerman ging er later wonen. Op 10 mei 1885 werd het park opengesteld voor het publiek. Het oudste stadspark van Dordrecht: 'Park Merwestein' was een feit.

Deze vredige foto van J. van de Weg is genomen in 1933 - dus bijna 50 jaar later. Nog eens 10 jaar later is de situatie echter compleet anders. De Duitse legers zijn dan ons land binnengevallen. In 1943 neemt de Wehrmacht het park met alle gebouwen in bezit. De villa werd tot hoofdkwartier van de generaal ingericht en het hele park als militair kampement in gebruik genomen door de Duitse soldaten. Het kon dan ook niet uitblijven dat geallieerden de plek uitkozen tot doelwit en op 24 oktober 1944 was het raak. Midden op de dag verschenen boven Dordrecht plotseling 8 jachtbommenwerpers, die het pand met de grond gelijk maakten. Helaas vielen daarbij onschuldige slachtoffers te betreuren. Een nabijgelegen school werd ook getroffen en enige kinderen werden bedolven onder het puin. Pas in 1947 gingen de hekken van het park weer open voor het publiek. Al met al heeft het park ondanks zijn korte historie dus een indrukwekkende geschiedenis achter zich. Het is niet voor niets dat het park op de gemeentelijk monumentenlijst van Dordrecht is geplaatst.

Onlangs was één van de gebouwen van het park in het nieuws. Het zogenaamde 'Werfje' in het Park Merwestein wordt nu gebruikt als opslagruimte door Stadsbeheer en voor sanitaire stops van de arbeiders in het park. Maar met ingang van 2017 zal het gebouw niet meer worden verhuurd. Van verkoop zou zeker geen sprake zijn werd uitdrukkelijk door de wethouder vermeld. Het park zal zeker niet worden verkleind. De vraag doemt dan wel op wat de bestemming van Het Werfje dan gaat worden. Misschien dat een horeca-exploitant er belangstelling voor heeft? Dan kunnen bezoekers van het park daar aangenaam verpozen, iets nuttigen en zo nodig naar het toilet kunnen. Trouwens: de werklieden in de tuin zullen daar dan toch ook af en toe graag hiervan gebruik willen maken?

29/4/16


Voorstraat bij de Visbrug

Als wij tegenwoordig met onze smartphone een foto van onze stad maken, realiseren we niet dat het vastleggen van beelden anderhalve eeuw geleden een vak was. Eén van de vakmannen in Dordrecht is in die tijd: Johann Georg Hameter.

Op 5 januari 1866 vestigde deze jongeman op 28-jarige leeftijd zich als gelukszoeker vanuit het Duitse Kölnberg (Beieren) in Dordrecht. Binnen enkele jaren verwierf hij een gedegen reputatie als fotograaf van grote bouwprojecten. Uiteraard werden onder andere de Moerdijkbruggen door hem ook op de gevoelige plaat vastgelegd. Later werd hij vooral bekend vanwege zijn vakkundige portretfotografie.

De bij Dordtenaren nog beter bekende fotograaf Henricus Johannes Tollens werkte eerst bij de Dordtse fotograaf Karel Legrand, maar stapte al na korte tijd over naar deze Hameter. Daar klimt Tollens snel op en als zijn leermeester in 1885 overlijdt, wordt hij de bedrijfsleider. En Tollens specialiseerde zich niet zoals zijn voorganger in het vak van portretfotografie maar fotografeerde vooral de stad Dordrecht en directe omgeving. Wij mogen ons verheugen dat de afbeeldingen op de ansichtkaarten van Dordrecht vaak van deze kwaliteitsfotograaf afkomstig zijn.

In 1890 neemt hij het bedrijf van Hameter definitief over. De zaken gaan goed en Tollens heeft zeker een goed gevoel voor commercie. Dat blijkt ook wel uit het feit dat hij de baas werd van het bedrijf van Hameter maar tóch de naam aanhield van Hameter. Hij begreep dat een goede naam van groot belang is voor zijn onderneming. Op de foto van deze ansichtkaart zien we dus eigenlijk zijn fotostudio. Tollens overleed in 1936 en later heeft nog de fotograaf Adrie Barten het pand betrokken.

Het is ons niet duidelijk wie dit plaatje heeft geschoten. Hierop is te zien dat de auto daar toen nog gedoogd werd en er zelfs nog een vrij parkeerplekje was voor de kiosk van Teun Both waar boeken, bladen en ijs te koop was. Tegenwoordig staat op deze plek de loempiakraam van Xuan Tran. Ooit was hij ook een vluchteling en vond het geluk uiteindelijk in onze stad. Door de verrassende horecaplannen met de Visbrug dreigt hij nu van deze plaats te worden verstoten. Er zijn al meer dan 10.000 handtekeningen opgehaald om hem zijn plekje te laten behouden.

En ja, wij hebben ook getekend. Wij vinden dat op deze locatie ruimte moet zijn voor een kleine middenstander. Want na een flinke wandeling vanuit Dubbeldam kunnen wij best genieten wij van een heerlijk warme loempia. Kleine kiosken hebben soms meer te bieden dan grote warenhuizen....

25/3/16


Maasstraat Dordrecht

Achterin de wijk 'De Staart' is het oudste gebouw van het eiland van Dordrecht te vinden. Helaas is er niet veel meer van over. Het staat nu officieel bekend als Huis te Merwede oftewel 'de Ruïne'. Volgens overlevering moet het ooit al door de koning van de Franken zijn gesticht rond het jaar 998. Pas in 1335 werd de bouw van het huis voltooid en bewoond door 'de heeren van de Merwede'.

Mooi gelegen in het groen aan de rivier moet het hiervandaan een prachtig schouwspel zijn geweest op de nog ongerepte omgeving. Bij de belegering van Dordrecht tussen eind juni en begin augustus 1418 werd door Jacoba van Beieren dit gebouw als uitvalsbasis gebruikt om Dordrecht aan te vallen. Het is haar niet gelukt om de stad te veroveren.

Uiteraard werd deze poging door de woedende Dordtenaren niet in dank afgenomen. Na het beleg werd het bouwsel door hen in 1418 grotendeels gesloopt. De stenen werden gebruikt om de eigen stadsmuur te verstevigen. Door de St.Elisabethsvloed in 1421 werd dit karwei waarschijnlijk niet helemaal afgemaakt. Eeuwenlang werd de ruïne omringd door water. Eigenlijk is het nadien met deze wijk-de Staart-nooit meer helemaal goedgekomen.

In de vorige eeuw zocht men in de stad Dordrecht naar een nieuwe locatie voor de opkomende industrie en het oog viel al snel op de Staart. Veel bedrijven zoals Slotenfabriek Lips en Dordtsche Metaalindustrie Johan de Witt verhuisden hiernaartoe. Het Dordts stadsbestuur besloot daarom in overleg met woningbouwverenigingen om daar ook arbeiderswoningen te laten bouwen. Zo zien we hier de bewoners in de Maasstraat nog in alle rust voor de fotograaf Kruijne poseren.

Helaas heeft de gemeente Dordrecht daarna echter onvoldoende oog gehad voor verkeerde ontwikkelingen in dit gebied. De Staart en vooral de Merwedepolder -aangelegd in 1819- werd door veel bedrijven en overheden gezien als geschikte dumpplaats van afval. Er kwam in 1959 een chemisch bedrijf als DuPont waarvan velen zich nu afvragen welke gevolgen de gevaarlijke stoffen op de gezondheid van omwonenden heeft gehad of nog heeft. In de jaren 70 van de vorige eeuw werd de wijk opgeschrikt door de landelijk opspraak makende gif affaire. Er werden zelfs vaten met chemisch afval aangetroffen in kruipruimte van de woningen. De Derde Merwedehaven werd met medeweten en goedkeuring van overheid gebruikt als stortplaats van giftige troep. En nog maar zeer recent is hier gelukkig een eind aan gemaakt.

Onvoldoende realiseerde men zich dat het gebied weliswaar 'de Staart' wordt genoemd maar feitelijk het hart van de Drechtsteden is. Laten we nu maar hopen, dat eindelijk wordt ingezien dat deze wijk meer verdient dan een slechte naam. Of zal de vloek van Jacoba van Beieren voorlopig nog blijven rusten op deze wijk? Het lijkt er bijna op, want de de heren van de Proav hebben via de Raad van State onlangs toestemming gevraagd om hier zware industrie te mogen vestigen. Als dit straks wordt toegestaan zal het nog lange tijd onrustig kunnen blijven in het hart van de Drechtsteden.

25/2/16

PS Dit bericht kregen wij later toegestuurd:
Misschien is het wel leuk te weten dat mijn opa en oma op deze foto aan het verhuizen zijn naar dit adres namelijk Maasstraat 40. Hier met hele gezin op de foto inclusief mijn vader, mijn opa en oma. Zij zijn in 1925 hierheen verhuisd. Ik woon nu zelf in dit huis dus wordt hier sinds 1925 door de familie Schreuders gewoond Ik draag de naam van mijn man Hilgert, maar mijn meisjesnaam is Schreuders. Met vriendelijk groeten, Annelies Hilgert


Het plein van Ary Scheffer

Deze afbeelding is volgens het poststempel van rond 1911 maar onze Dordtse geschiedenis begon hier al veel eerder.
In dit deel van Dordrecht zijn nog steeds oude historische sporen zichtbaar. De winkelpanden aan de rechterkant van het standbeeld van Ary Scheffer staan niet aan het Scheffersplein, zoals we nu zouden verwachten. Tot op de dag van vandaag bevinden ze zich aan 'de Tolbrug'.

Voorheen stond op die plek namelijk het oudste tolhuis van Dordt. Via 'de Tollebrug' ging men over de Oude Haven, de latere Voorstraatshaven. Vanaf 1220 kreeg onze stad toestemming van de graaf om daar tol te innen. Onder de Toltoren door liep men door naar 'het schepenenhuys' aan de Groenmarkt. Daar vergaderden onze stadsbestuurders. In 1284 mochten wij van Graaf Floris V een houten stadshal bouwen. In 1544 was dit gebouw versleten en besloten de bestuurders te verhuizen naar het toenmalige gebouw van de lakenhandelaren, het huidige stadhuis.

De toltoren werd niet alleen gebruikt voor inning van tolgelden, maar het gebouw werd ook gebruikt als gevangenis. Het Scheffersplein ontstond pas na sloop in 1854 van de oude Beurs. Logisch dat het plein dat hierdoor ontstond, daarom Beursplein genoemd werd. Nog steeds zijn er Dordtenaren te vinden, die spreken over 'de Beurs' in plaats van het Scheffersplein.

Vermoedelijk om de kale ruimte wat op te vullen besloot men in 1862 daar een standbeeld van een schilder neer te zetten. De later beroemd geworden Ary Scheffer had als peuter enkele jaren in Dordrecht gewoond. Op 2-jarige leeftijd verhuisde hij al met zijn ouders naar den Haag, later naar Parijs en overleed daar in 1858.

Vanaf 1862 houdt bronzen Ary nu dus nauwlettend de gebeurtenissen aan het plein in de gaten. Het is dat zijn hoofd te vast zit op zijn romp want anders zou hij zeker hoofdschuddend de ontwikkelingen hebben gadegeslagen. Onlangs nog vanwege de perikelen rond de bestrating met Portugese keitjes. Maar zeker in verband met de afbraak van de mooie panden aan zijn linkerkant die bijna allemaal opgeofferd zijn aan de economische bedrijvigheid. De ondernemers Vroom & Dreesman hadden hun oog laten vallen op deze schitterende locatie en prikten hier hun warenhuis. Inmiddels is bekend, dat dit bedrijf nu failliet is en wordt de vraag opgeworpen: wat moeten we straks beginnen met dit kolossale gebouw?

Misschien is het nog niet zo gek, om het net als de Toltoren en de Beurs maar te slopen en dan het mooie Dordrecht van toen aan de hand van deze ansichtkaart weer op te bouwen. Volgens ons zou Ary hier best vrede mee hebben.

28/01/16


De soepele in- en uitgang van Dordrechts binnenstad: de Spuiboulevard



De soepele in- en uitgang van Dordrechts binnenstad: de Spuiboulevard

De kop hierboven hebben we niet zelf verzonnen. Op de achterzijde van deze ansichtkaart staat dit vermeld. Hier vinden we ook, dat de foto is gemaakt door Marco de Nood, vermoedelijk op verzoek van de Culturele Raad om de stad te promoten. Aan de hand van de kantoorgebouwen is te zien dat de foto is genomen bij de rotonde, waar tegenwoordig Bahlmann voor de sier een grote zwarte boodschappentas heeft neergezet.

Normaal gaat onze aandacht uit naar afbeeldingen van de stad van ruim een eeuw terug, maar nu hebben we hier een plaatje van nog geen halve eeuw geleden te pakken. Maar omdat dit beeld zoveel zegt over Dordrecht en zijn recente geschiedenis, lijkt het ons goed om hier eens beter naar te kijken.

Er valt hier 'aan de ingang van de oude stad' eigenlijk helemaal niets historisch te ontdekken. Het zal toeval geweest zijn, maar zelfs de Dordtse Dom lijkt zich op deze foto aan het zicht te willen onttrekken geholpen door de nevelige weersomstandigheid. Het idee was in de jaren 60 om de stad vooral goed bereikbaar te maken voor de auto en het overig gemotoriseerde verkeer. Aan de voetganger werd ook een oversteekplaats gegund, maar dan moest je wel snel kunnen oversteken om het vege lijf te redden. Het witte-soms groene-kantoorgebouw, waar nu de ANWB nog in is gevestigd en dat nu al weer op de nominatie staat voor sloop, moet hier nog gebouwd worden.

Het grote kantoor van de belastingdienst staat er al wel. Ook dit gebouw staat alweer een langere tijd leeg. Het gebouw van de UWV komt ook vrij want de werknemers verhuizen naar het leegstaande pand aan de Markettenweg. Projectontwikkelaars hebben altijd een voorliefde gevoeld voor het bouwen van zo groot mogelijke kantoorgebouwen. De gemeente zal dit hebben toegejuicht vanwege de werkgelegenheid. De gedachte zal ook geweest zijn, dat dit een levendige binnenstad zou kunnen bevorderen.

De praktijk heeft geleerd dat, mede door opkomst van internet, er bij ondernemers veel minder behoefte bestaat aan kantoorgebouwen. Bovendien vestigden ondernemers zich bij voorkeur in steeds weer nieuw gebouwde kantoorpanden met de modernste snufjes waardoor er steeds meer panden leeg komen te staan. De financiële crisis bevorderde ook bepaald geen snelle ingebruikname. De gemeente Dordrecht heeft de vraag neergelegd bij projectontwikkelaars om eens na te denken over een nieuwe opzet van de Spuiboulevard.

Overigens-toch wel opvallend-wordt dan het wederom creëren van kantoorruimte niet uitgesloten. Het zou goed zijn als Dordtse burgers zelf ook eens met meningen zouden komen over de inrichting van dit deel van de stad. Zou het bijvoorbeeld niet mooi zijn om 'de Spuiboulevard' ook eens als een echte gezellige boulevard in te richten? Laten we vooral de mogelijkheden van onze stad niet onderschatten. Waarom zouden we niet heel voorzichtig een voorbeeld durven nemen aan La Ramblas in Barcelona?

In elk geval moeten auto's en motoren nog meer ondergeschikt worden gemaakt aan de voetganger en fietser. Deze week zagen wij onze wethouder van verkeer al bezig in de 19e -eeuwse Schil om een grote 30 op het asfalt te schilderen. Dus het begin is er.

Trouwens: We willen ook nog best ruimte geven aan een nieuwe ondergrondse parkeergarage daar. Maar dan wel onder voorwaarde dat de irritante stalling bij de Visstraat uit de binnenstad vertrekt. Dan krijgen we misschien toch nog een soepele in-en uitgang van Dordrechts binnenstad: het Bagijnhof.

27/11/15


Nu zal Dordrechtsch handel bloeijen, vastgehecht aan 't spoorwegnet



Of deze olijke belhamel met zijn klompen aan werkelijk in deze gaslantaarn is geklommen vragen we ons af. Het lijkt ons eerder een vroeg staaltje van fotoshoppen. Op deze ansichtkaart van rond het jaar 1900 zien we, dat de verkeersbrug van Zwijndrecht naar Dordrecht nog niet is aangelegd. Dat zou dan ook nog bijna veertig jaar duren. Wat we wel zien is de vroegere spoorbrug over de Oude Maas. In Nederland kwam de aanleg van spoorwegen in 1839 van de grond met een lijntje tussen Amsterdam en Haarlem. In 1843-1847 werden de steden 's Gravenhage en Rotterdam ook in dit spoorwegnet betrokken. De oude stad Dordrecht gelegen op een eiland bleef geïsoleerd achter.

Een inwoner van Dordrecht, de heer Bredius zag wel iets in een aanleg van een spoorlijn naar het zuiden en besloot de stoute schoenen aan te trekken. Hij vroeg het gemeentebestuur om een concessie tot het aanleggen van een spoorweg naar de Belgische grens. En zowaar, de gemeente Dordrecht besloot hem te steunen en hem met een garantstelling te helpen. In 1859 stuurde de raad een brief aan de koning waarin gewezen werd op het grote belang van 'de lijn Bredius'. En ja hoor, de koning verleende een voorlopige concessie. Maar helaas: de Eerste Kamer verwierp het wetsontwerp. Later kwam de aap uit de mouw. Er kwam een wet in 1860 waarbij bedongen werd, dat de aanleg van spoorwegen voortaan alleen in opdracht van de staat kon plaatsvinden. Voortaan geen marktwerking meer dus bij de aanleg van spoorwegen, maar een keurig door de overheid geregelde dienstverlening.

Bredius werd vriendelijk bedankt en beloond met een bedrag van fl. 6.000 voor zijn inzet en bekwaamheid. In Dordrecht gingen stemmen op om de lijn te laten lopen via Alblasserdam en Papendrecht. Men vreesde de nadelen vanwege de verkeersbelemmering voor de voor Dordt zo belangrijke scheepvaart via de nieuwe spoorbrug. Maar omdat dan de spoordijk zou moeten worden aangelegd op slappe veengrond werd hier vanaf gezien. Omdat de Kalkhaven als zeehaven door de aanleg van de spoorbrug als verloren moest worden beschouwd, legde Dordrecht ter compensatie een nieuwe haven aan. Dit werd de nieuwe Spoorweg-of Dokhaven. Dit bleek geen succes en werd later gedempt en dient nu tot autoparkeerplaats.

Oudejaarsdag in 1871 was het een vrolijke dag in Dordt. Eindelijk was het zo ver. Om half drie liep de eerste trein uit Breda binnen. De schooljeugd zong uit volle borst: 'Nu zal Dordrechtsch handel bloeijen, vastgehecht aan 't spoorwegnet'. Op 31 oktober 1872 werd de lijn naar Rotterdam-Feijenoord doorgetrokken en werd in heel Dordrecht pas écht uitbundig feestgevierd. Dordrecht was uit zijn isolement gehaald. Het stadsbestuur en de inwoners van Dordrecht waren hier heel blij mee. Nu er vandaag sprake is van een beperking door het omleggen van de intercity vanuit den Haag via de nieuw aangelegde hogesnelheidslijn naar Breda gaan we dus wel weer wat terug in de tijd. De reizigers naar het zuiden worden afgescheept met een boemeltreintje en dat kunnen we zeker in onze regio niet zien als een vooruitgang.

Achteraf denken we dat deze jongen in de lantarenpaal de Dordtenaren hiervoor al wilde waarschuwen. Hij voelde blijkbaar al op zijn klompen aan, dat overheidsbemoeienis vanuit den Haag niet altijd zo goed is als het lijkt.

29/10/15


Souvenir van het comité Noordhove



Aan het gebouw uiterst rechts op de foto kunnen we nog de locatie opmaken waar dit plaatje in 1914 geschoten moet zijn. Daar zien we nog de afgebroken HTS aan de Oranjelaan, waar onlangs het nieuwbouwproject 'Lanen van Oranje' ontwikkeld werd. De gigantische vrijstaande woning is Villa Noordhove. Dit huis werd door een Dordtse architect in 1860 gebouwd voor de bankier Otto de Kat. We weten niet hoe groot het gezinnetje van deze zakenman was, maar indruk op zijn omgeving maakte hij zeker wel met dit optrekje. Tegenwoordig staan daar aan de 'de Noordhoveweg' comfortabele huizen, in architectuur die op Engelse landelijke stijl is geïnspireerd.

Een eeuw geleden was het oorlog in een groot deel van Europa. Nederland wist zich nog onpartijdig te houden, maar bij onze buren in België was het raak. Antwerpen werd gebombardeerd vanuit Duitse zeppelins in oktober 1914. Tienduizenden mensen besloten in allerijl te vluchten naar snel opgezette opvangkampen in Nederland. Negen rijnaken volgeladen met minstens 3000 mannen, vrouwen en kinderen lagen dagenlang te wachten op de Oude Maas bij Dordrecht. Deze vluchtelingen waren uitgenodigd door een Rotterdams particulier comité maar werden door een politieboot uit Rotterdam tegengehouden. De schepen mochten niet aanmeren aan de kade en rijksveldwachters zorgden ervoor, dat niemand ongezien naar de wal kon zwemmen. Zodoende kwam ongewild de verzorging van deze mensen bij het Dordts stadsbestuur te liggen.

Ook via het spoor kwamen nog eens honderden mensen uit Antwerpen aan. Toen een trein stil kwam te staan in de nabijheid van het station boden Dordtenaren massaal hulp aan. Bakkers en slagers brachten levensmiddelen en de barbiers scheerden de mannen hun dagen oude baard af. Op het hoogtepunt van de crisis bevonden zich wel 4500 buitenlanders in onze stad. Ze werden o.a. gehuisvest in de lange loods bij de Spuihaven, in de Schouwburg, het pakhuis Stockholm, bij particulieren en dus ook op de schepen gelegen aan de Buitenwalevest. Maar ook in deze destijds vermoedelijk leegstaande woning van de bankier de Kat. Het zal best wat inschikken zijn geweest, want op de foto zien we toch al meer dan 100 mensen poseren voor de foto.

In Dordrecht werd snel een comité opgericht om de opvang van de Belgen in goede banen te leiden. De ansichtkaart verwijst hiernaar. Op de achterzijde staat vermeld: 'souvenir van het comité Noordhove te Dordrecht (Holland) aan de Belgische Vluchtelingen 1914'. Waarschijnlijk hebben de makers van deze foto niet kunnen bevroeden dat een eeuw later Dordrecht opnieuw zou worden geconfronteerd met een vluchtelingenprobleem.

In 1919 werd Villa Noordhove gesloopt. De intensieve bewoning door onze zuiderburen zal hier wel mede oorzaak van zijn geweest.

Aanstaande dinsdag komt de kwestie van opvang van ontheemden vanuit het buitenland opnieuw bij de bestuurders van onze stad op tafel. En ook de door ons gekozen raadsleden zullen zich weer moeten buigen over al dan niet opvang van mensen die op de vlucht zijn voor het oorlogsgeweld.
De geschiedenis herhaalt zich.

25/9/15


Gezicht op de grote Kerk vanaf de Nieuwe Haven

Deze keer laten wij een ansichtkaart zien van de Nieuwe Haven van rond 1900. Dit jaartal leiden we af aan de aanwezigheid van de Engelenburgerbrug rechts op de afbeelding die daar nog als ophaalbrug staat. Of het om deze brug gaat weten we niet maar in 1559 werd vanuit Dordrecht een deskundige naar Antwerpen en Mechelen gezonden om daar de kunst van het bouwen van dit soort bruggen af te kijken.

In 1910 heeft de toenmalige gemeenteraad van Dordrecht besloten om deze ophaalbrug te vervangen door een basculebrug met elektrische bediening. De naam is te danken aan het rondeel Engelenburg. Dit was één van de belangrijkste ronde uitkijktorens van de stad. Een deel daarvan is nog zichtbaar op de foto pal achter de brug.

Als er een Nieuwe Haven is dan moet er ook een oude haven geweest zijn. En die kennen we maar al te goed, want dat is onze Voorstraatshaven, ook wel gewoon Oude Haven of Wijnhaven genoemd. Vooral vanwege de uitbreiding van onze handel werd deze nieuwe haven gegraven in 1409. De vrijgekomen grond werd als kade aangelegd en werd destijds het Nieuwe Werck genoemd. Later werd de kade vernoemd naar de haven waar ze was aangelegd: De Nieuwe Haven.

De Grote Kerk werd 's zomers aan het oog onttrokken door de zeer rij hoge bomen. Deze foto moet ergens in de late herfst of 's winters genomen zijn, want het blad is al volledig van de bomen af. Ook hier zien we veel bedrijvigheid aan de kade. Vrachtboten liggen aangemeerd en een kraan staat klaar om goederen in te laden of te lossen. Dit moet haast wel van de voormalige steenhouwerij van A.P. Schotel zijn. Het is bekend dat aan de havenzijde de zagerij stond van dit bedrijf met stoommachine en ketelhuis, het terrein voor opslag stenen en een hijswerktuig.

Op de afbeelding zien we ook duidelijk de 10 m hoge schoorsteen van de zagerij. Deze 10 meter is toevalligerwijs ook de maximale hoogte die tegenwoordig geldt voor nieuwbouw daar. Zo gehecht zijn we als Dordtenaren om een volledig uitzicht te blijven houden op onze vertrouwde Grote Kerk. Zoals bekend is daar nu een nieuw appartementencomplex gepland van architect Lugten op dit terrein.

Zo hoog als deze bomenrij reikt het optrekje dus niet. Toch wordt het nu wel definitief. In tegenstelling tot de bladeren van een boom zal een gebouw het zicht op de kerk definitief deels aan het zicht onttrekken. Een tweetal welstandscommissies bogen zich over de vraag of deze appartementen wel passend zou zijn in deze omgeving. In beide gevallen was het antwoord bevestigend. Daar moeten we dan maar op vertrouwen. Een aardige bijkomstigheid is dat de architect het gebouw een ronde vorm heeft gegeven als verwijzing naar het rondeel hierboven genoemd.

27/8/15


Beste binnenstad van Nederland

Vandaag laten we een ansichtkaart zien van een deel van de binnenstad van Dordrecht rond 1939. Nog steeds heel herkenbaar is hier de Visbrug met omgeving afgebeeld. Van oudsher een zeer levendige plek in Dordrecht. Niet voor niets kregen Johan en Cornelis de Witt hier een ereplaatsje. Het verkeer was daar ooit zó druk dat het door de sterke arm in goede banen moest worden geleid. Op deze ansichtkaart zien we dat Dordrecht flink moderniseerde en het verkeer met een hangend verkeerslicht werd geregeld. Oom agent vertrouwt het toch niet helemaal en houdt toch nog een oogje in het zeil.
Geen twijfel mogelijk. Dit is de binnenstad van Dordrecht en volgens ons de beste van Nederland. Binnenkort weten we het zeker. We staan immers in de finale. Niet voor het eerst in haar geschiedenis bindt onze stad Dordrecht de strijd aan met zijn grote rivaal Rotterdam. Deze keer gaat het niet om de havens of de handel. Het gaat nu om de eretitel: 'De beste binnenstad van Nederland' in de categorie grote steden.
Op zich al frappant dat Dordrecht valt in de categorie grote steden. Gouda bijvoorbeeld doet samen met Roermond mee voor dezelfde titel maar dan in de categorie 'middelgrote steden'. Als men zou spreken van categorie 'grote binnensteden' zou het nog wel te verklaren zijn. Immers Dordrecht heeft als oudste stad van Holland volgens ons wel de grootste binnenstad van Nederland. Dat zou eigenlijk eens onderzocht en aan de grote klok moeten worden gehangen. Naast de oudste stad van Holland, de langste winkelstraat van Nederland klinkt: 'de grootste binnenstad van het land' marketingtechnisch niet onaardig.
De grens van de binnenstad wordt volgens ons gevormd, daar waar de oorspronkelijke stadsmuur liep. Die muur is verdwenen, maar de Spuihaven is de gracht die hierlangs gegraven werd en beschouwen wij daarom als nog herkenbare grens van de oude binnenstad. Maar kijken we naar de motivatie om Dordrecht te nomineren, dan wordt door de jury verrassend genoeg Villa Augustus en het Energiehuis genoemd. Toch niet de eerste de beste locatie waar wij aan denken als we spreken over 'onze binnenstad'.
Dat Dordrecht het beste stadscentrum heeft weten we uiteraard al lang maar wanneer zou de jury hiervan overtuigd zijn? Ze heeft voorlopig al laten doorschemeren, dat ze vindt dat Dordrecht zich breed profileert en durft te experimenteren. Ze zou gecharmeerd zijn van de nieuwe ontwikkelingen in Dordrecht. In oktober komen ze onze stad nog eens inspecteren.
Misschien handig om de motie die unaniem al in 2012 aangenomen is door de gemeenteraad om gratis wifi in de binnenstad aan te brengen snel eens uit te voeren. Want als Dordt echt met zijn tijd mee wil gaan dan moeten onze gasten vanaf het terras op het Scheffersplein tegenwoordig ook vrij kunnen winkelen op het wereld- wijde- web. Dat zou pas breed zijn en gedurfd. Maar of dit allemaal vóór oktober nog te regelen valt wagen wij te betwijfelen.
Voorlopig geniet men in de dordtse politiek nog heerlijk van zijn reces.

26/7/15


Langste winkelstraat van Nederland: de Voorstraat

Naast de eretitel 'Oudste stad van Holland' mag Dordrecht zich ook beroemen op zijn 'Langste winkelstraat van Nederland', de Voorstraat. Deze foto van nog geen eeuw geleden, gemaakt door fotograaf Tollens geeft een mooi beeld van die tijd. Een heuse bromsnor houdt een oogje in het zeil en daarom lijkt niemand het te wagen om hier op de fiets te stappen.
Een andere belangrijke functie van de Voorstraat mag hier niet onbenoemd blijven. Kijken we nog wat verder terug in de tijd, dan zien we namelijk dat De Voorstraat een dijk is en tot waterkering dient. Dordrecht is ooit ontstaan aan het riviertje de Thure-de latere Voorstraatshaven-en de dijk langs dit water werd de Voorstraat.
Hiermee is de Voorstraat misschien ook wel 'de oudste straat van de oudste stad van Holland' dus. Veel verkeer liep nog via het water en de boten kwamen aan bij de Merwekade en via de Riedijk en Groothoofdspoort kwamen veel bezoekers naar de stad. Aan de andere kant van de Voorstraat was het ook een drukte van belang. Al het verkeer vanuit Brabant richting Rotterdam en omgekeerd kwam daar namelijk langs om via het veer naar Zwijndrecht zijn weg te vervolgen.
Geen wonder dat de Voorstraat hiervan profiteerde, want veel verkeer zorgt immers ook voor veel klanten. Dit effect werd nog eens versterkt door de Dordtenaren zelf, die flaneerden door de straat op zoek naar een geschikte levenspartner. De hele straat kreeg zo een levendig karakter en de middenstand profiteerde volop van deze ontwikkeling. De winkeliers hadden hun winkeltje beneden en woonden boven.
Maar de tijd stond niet stil en deze situatie veranderde geleidelijk. Landelijke winkelketens namen hun intrek in de winkels en verbouwden meerdere kleine opstallen tot één grote winkel. De woningen boven de winkels kwamen vaak leeg te staan. De bewoners van de bovenwoningen konden het pand namelijk niet meer binnendoor bereiken. Er werd een brug naar Zwijndrecht gebouwd en later een snelle tunnel gegraven, zodat ons centrum gevrijwaard werd van het toenemende autoverkeer. De Papendrechtse brug zorgde ervoor dat het verkeer van die kant werd omgeleid via de Staart.
Dit alles bleef niet zonder gevolgen voor de middenstanders. Het werd steeds rustiger op de Voorstraat. De hoge huren voor de middenstanders werden nu bijna onbetaalbaar. Daarbij kwam nog eens dat veel aankopen via internet werden afgehandeld. Even leek het er op, dat de Voorstraat aan het kortste eind zou trekken. Onlangs werd al gesproken over een verkleind winkelgebied en een 'concentratie van de huidige winkelkerngebied'. Dat zou betekenen, dat de Voorstraat zijn eretitel 'langste winkelstraat van Nederland' zou gaan verliezen.
Of het nu komt door de waterbus, die de vele toeristen afzet aan de Merwekade of de aantrekkingskracht van onze Grote Kerk en het oude havengebied of de uitstekende marketing in Dordrecht, maar het lijkt er op dat de beide uiteinden van de Voorstraat de laatste jaren weer opbloeien. Alleen in het centrum blijft de Voorstraat nog wat achter in deze positieve trend. Uit de laatste cijfers bleek dat de leegstaande winkelpanden in Dordrecht in tegenstelling tot in andere steden was teruggelopen. De vraag is nu of deze gunstige ontwikkeling moet worden doorbroken door middenstanders al dan niet gelokt met aantrekkelijke premies te verleiden zich in het centrum te vestigen. Zou het niet beter zijn om juist meer bezoekers in dit deel van de stad te krijgen? Dan toch maar de toeristen oppakken bij het station en laten uitstappen ter hoogte van het Scheffersplein? Is daar geen paardentram voor af te huren? Eventueel gefinancierd met het onlangs opgerichte ondernemersfonds?
Want de geschiedenis heeft ons wel geleerd: Waar verkeer is, daar is de klandizie.

26/6/15


Tomadohuis

Het kantoorlandschap van tegenwoordig verandert ingrijpend. Door de economische crisis maar ook door de digitalisering ontstaat een heel andere manier van werken. Thuiswerken, maar ook werken op alternatieve plekken komt steeds vaker voor. Daarom zien we steeds meer leegstaande kantoorgebouwen in het land en helaas ook in onze stad.
Pal tegenover de uitgang van het station in Dordrecht staat een uniek kantoorpand: het Tomadohuis. Ook dit gebouw staat nu voor een deel leeg. Oorspronkelijk werd het gebouwd voor het bedrijf Tomado. Deze zaak werd in 1923 opgericht in Dordrecht door de gebroeders van der Togt. Dit ooit zo succesvolle Dordtse bedrijf maakte huishoudelijke artikelen zoals wasrekjes e.d.
Tomado is de afkorting van ‘van der Togt Massa Artikelen Dordrecht’.
Over schoonheid valt niet te twisten maar wat ons betreft had de vroegere woning 'villa Simpang' nog wel op die plek mogen staan. Dit had volgens ons veel beter in de omgeving gepast. Vanwege de strategische ligging en de grootte was dit gebouw echter door de Duitsers in de oorlogsjaren in bezit genomen. Zo werd het een doelwit van de geallieerden. Bij een bombardement werd deze mooie villa volledig verwoest. Na de oorlog moest de braakliggende grond weer worden bebouwd. In die tijd koos men voor een kantoorgebouw, dat gemakkelijk via het spoor was te bereiken door de werknemers.
Als we kijken naar die geparkeerde 'oldtimers' daar, realiseren we ons pas hoe lang geleden deze foto moet zijn genomen. Het moet zo rond de jaren 70 geweest zijn. Het pand staat er nu nog steeds zo bij al is het sombere kunstwerk inmiddels vervangen door een vrolijker exemplaar. Het Tomado-huis werd op vrijdag 13 april 1962 geopend door de toenmalige commissaris van de koningin Mr.J.Klaasesz. De creatieve architect van dit gebouw, Huig Maaskant (1907-1977), was zijn tijd ver vooruit. Hij heeft onder andere ook de Euromast in Rotterdam ontworpen.
Aan zijn nog steeds moderne uitstraling zou je het niet zeggen maar het pand is toch echt een gemeentelijk monument. Eind jaren 50 is het al op de tekentafel bedacht. Dordtenaren kijken er niet meer van op maar veel reizigers zullen nu toch nog steeds onder de indruk zijn van dit staaltje van architectonisch vernuft. Wonderlijk, dat zo'n kolossaal bouwwerk voor een groot deel opgetrokken uit glas, gedragen kan worden door dit relatief kleine onderstel.
Nu heeft een projectontwikkelaar zijn oog laten vallen op dit gebouw aan de Stationsweg, hoek Burgemeester de Raadtsingel. Het wordt het nog deels verhuurd aan de provincie Zuid-Holland maar het is de bedoeling om het pand volledig te transformeren naar een appartementencomplex. En het moet worden gezegd: geen gek idee, want het moet voor de toekomstige bewoners daar vast een levendig uitzicht opleveren.
Het valt te hopen, dat het Tomadohuis een voorbeeld mag worden van een geslaagde actie om alternatieve bestemmingen te bedenken voor leegstaande kantoorgebouwen. Want slopen is sowieso een definitief verlies van al het geïnvesteerd financieel en cultureel vermogen. Als we echt een duurzame stad willen zijn dan moet voor een creatieve oplossing worden gekozen.
Daar zou architect Maaskant het vast wel mee eens zijn geweest.

29/5/15


Statenplein rond 1970

Aanstaande maandag is het groot feest in onze stad. Koning Willem Alexander komt in Dordrecht zijn verjaardag vieren. Samen met koningin Maxima en de prinsesjes zal hij bij het Groothoofd een Grande Parade aan zich voorbij zien trekken. Daar blijft het niet bij. De Grote kerk wordt door hen bezocht en onze lokale middenstanders zullen op het Scheffersplein hun producten mogen tonen. Als klap op de vuurpijl zal de koning het volledig gerestaureerde Hof van Nederland gaan openen.
Daarmee wordt het onlangs gerestaureerde museum bedoeld dat volgens velen eigenlijk Hof van Holland had moeten heten. Helaas waren er al wat horecazaken bekend onder die naam met ietwat bedenkelijke reputatie zodat dit foutje in de tenaamstelling maar op de koop werd toegenomen. Fouten zijn nu eenmaal toch niet te voorkomen. Immers: hoe vaak wordt niet gezegd dat Dordrecht de oudste stad van Nederland is, terwijl toch algemeen bekend is dat steden als Maastricht en Nijmegen ouder zijn dan Dordrecht. Holland en Nederland worden namelijk nogal eens gezien als synoniem maar een historicus zal hier toch anders over oordelen dan een voetballiefhebber.
Maar goed.. Onze stad mag zich er dus op verheugen om de landelijke schijnwerpers op zich te krijgen. En daar is nogal wat aan vooraf gegaan. Kijken we naar deze foto van het Statenplein omstreeks anno 1970, dan zien we dat hier een complete metamorfose heeft plaatsgevonden in dit gebied. Veel oude panden in het Hofkwartier zijn gesloopt, maar gelukkig zijn er toch ook nog voor de sloophamer gespaard gebleven. Zo zien we hier op de achtergrond de gebouwen de Berckepoort en de fraaie Statenschool met zijn mooie trapgevel.
Desondanks zijn veel gebouwen verdwenen en de later van her en der aangevoerde oude trapgeveltjes aan de Nieuwstraat staan er op deze foto ook nog niet allemaal. Ondanks alle barricades die werden opgericht weten de dames de weg naar de winkel echter nog feilloos te vinden. We kunnen ons nu niet meer voorstellen dat de auto destijds zo'n belangrijke rol in de binnenstad kreeg toebedeeld. Daarom is het voor ons onbegrijpelijk dat het gemeentebestuur onlangs toch weer een kale parkeerplek bij het Steegoversloot achter de Doelesteijn wil realiseren. Gelukkig kunnen we ons verheugen op de wetenschap van een voortschrijdend inzicht van de bestuurders, die onze stad in al die jaren met wisselend succes hebben verfraaid. Het is niet voor niets dat Dordrecht de eer te beurt is gevallen om te tonen wat het in huis heeft. Dordrecht schrijft dus wederom geschiedenis door de eerste Koningsdag Nieuwe Stijl te organiseren. Daarom mogen we best trots zijn op onze historische stad en kunnen we deze presentatie aan het volk zien als een Koninklijke beloning voor de Dordtenaren van de noeste arbeid die verricht is in de afgelopen 50 jaar.

24/4/15


Uitzicht op watertoren Zwijndrecht

Zwijndrecht beschikt nog steeds niet over een gemeentelijke monumentenlijst.
Ja, er is wel ooit wel eens een lijstje samengesteld, maar daar kijkt niemand meer naar. Zo kon het gebeuren dat deze week een mooie karakteristieke woning aan de Rotterdamseweg plotseling met de grond gelijk werd gemaakt. In Zwijndrecht gaan nu stemmen op dat voortaan hiermee anders moet worden omgesprongen. 'Als het kalf verdronken is dempt men de put' luidt een bekend spreekwoord.
Maar ja, omdat er al niet al te veel monumentale gebouwen in Zwijndrecht zijn te vinden, kunnen ze beter juist extra zuinig zijn op wat er nog wel is. Zoals bijvoorbeeld de in 1897 gebouwde watertoren ontworpen door de architect F.A.de Jongh. Het enige rijksmonument wat nog in Zwijndrecht aanwezig is.
Het belang van ons Dordtenaren om hier ook wat van te vinden is wel duidelijk. Wij kijken naar de overkant van de rivier en zien dan al dan niet fraaie gebouwen. Dat dit niet van vandaag of morgen is, laat deze ansichtkaart van een eeuw geleden wel zien. Deze Dordtenaar geniet vanaf zijn bankje van het uitzicht op de watertoren en de molen Welgelegen. De molen is zoals zoveel molens in de regio al een tijd geleden afgebroken. Maar dat geldt gelukkig nog niet voor de watertoren. Hier zien we haar op de foto nog in volle glorie. Toen nog met een mooie grote kap met daarop een sierlijk torentje. Deze kap is helaas al verdwenen bij een eerdere renovatie in 1964.
En juist deze watertoren was onlangs het onderwerp van debat in de gemeenteraad van Zwijndrecht. Het gebouw is al vanaf 2000 buiten gebruik en dreigt nu ernstig te verpauperen. Nu zijn er ondernemers die er wel weer brood in zien, maar dan zou het pand wel flink verbouwd moeten worden. Zo zijn er plannen om rondom de toren andere gebouwen neer te zetten zoals woningen en horecapanden. En zoals altijd en overal denken deze plannenmakers ook weer aan kantoorruimte. Alsof er daar nog niet genoeg van is in de regio.
Maar het ergste is dat het karakter van de toren nu ernstig geweld dreigt te worden aangedaan door een nieuwe moderne glazen koepel er bovenop te plaatsen. Als Dordtenaren willen we ons niet bemoeien met gang van zaken bij onze buren. Maar ons uitzicht op Zwijndrecht zien wij wel als een regionaal belang. Daarom stellen we onze Dordtse raadsleden voor om dan maar eens in de Drechtraad wat kritische vragen te gaan stellen. We laten ons fraaie uitzicht toch niet afnemen?
Een mooi uitzicht vanuit onze stad is ook Beter voor Dordt.


stadhuis Dordrecht

In onze verzameling fotokaarten van Dordrecht kwamen wij onlangs deze wat onopvallende en niet zo'n haarscherpe foto tegen.
Uiteraard zagen we direct dat dit een afbeelding was van ons stadhuis in Dordrecht. Maar ons oog viel juist op de vreemde tekst die op de foto staat geschreven:
"Wij wensen geen van Houtens cacao
Wij hebben liever bleekwater."

Omdat wij totaal niet begrepen wat hiermee werd bedoeld, draaiden we de foto om. Op de achterzijde stond met potlood geschreven, dat deze inscriptie was gemaakt tijdens het ondergedoken zijn van burgemeester Bleeker en het in functie zijn van N.S.B burgemeester van Houten (1945). Blijkbaar was de eigenaar van deze foto niet zo op de hand van deze heer van Houten. Hij kon dit niet openlijk duidelijk maken want het was nog oorlog in Nederland. Op deze manier wilde hij aan zijn ongenoegen toch uiting geven en deed dit in deze zeer bedekte termen. Vermoedelijk zouden de burgers van Dordrecht toch wel begrijpen wat hij met deze tekst bedoelde. Vorige maand liepen wij ook deze zelfde stoep op bij het stadhuis. Er werd een spontane protestactie georganiseerd naar aanleiding van de gewelddadige dood van cartoonisten in Parijs. Burgemeester Brok stelde het stadhuis beschikbaar voor Dordtenaren om eensgezind uiting te kunnen geven aan gevoelens van verontwaardiging. Hij hield in de hal een emotionele toespraak en wees op het grote belang dat wij in een vrij land kunnen leven en iedereen zijn eigen mening vrijelijk kan uiten. Deze woorden had hij toevallig ook al enkele dagen eerder tijdens de eerder gehouden nieuwjaarsreceptie uitgesproken naar aanleiding van de gereed gekomen restauratie van het Hof en de betekenis voor de historie van een vrij Nederland van dit gebouw. Hij voegde er toen de cryptische woorden aan toe, dat tegenwoordig iedereen gelukkig kan zeggen wat hij vindt, maar iedereen zou ook eens goed moeten vinden wat hij zegt. Met andere woorden: niet alleen gebruik maken van je vrijheid om je eigen mening geven, maar ook vooraf goed nadenken wat je precies zegt en wat jouw woorden kunnen betekenen voor een ander. Het lijken ons wijze woorden. Het onnodig bewust kwetsen of beledigen van anderen komt tegenwoordig nog te vaak voor. Het belang van de mogelijkheid tot vrije meningsuiting werd ons met deze foto helemaal duidelijk. We moeten er toch niet aan denken dat wij ons nu zouden moeten uiten als deze onbekende fotograaf.
"Wij wensen geen hele reep chocolade
Maar een brok is toch niet te versmade.."

Mocht het zo zijn dat in Dordrecht- bijvoorbeeld in het Hof- ooit een tentoonstelling wordt ingericht met als thema "vrijheid van meningsuiting’, dan zullen wij graag deze foto ter beschikking stellen 'ter leringhe ende vermaeck' voor nieuwe generaties Dordtenaren.


KLM Aerocarte 1


Het lijkt er op, dat de KLM zo'n 50 jaar geleden bedacht, dat het hoog tijd was om van dit Dordrecht nog even snel een haarscherpe foto te maken. Een halve eeuw later buigen we ons over het resultaat en zien dat de stad nog heel goed te herkennen is, maar wel heel ingrijpend is veranderd. Aan de onderkant van deze afbeelding zien we het water van de Spuihaven. Hierlangs zien we het dak van wat toen het langste gebouw van Nederland was: De Lange Loods. Daar werd ooit materiaal van de pontonniers opgeslagen.
Op deze foto zien we pas echt goed, hoe bijzonder lang dit pand eigenlijk was. Het unieke gebouw werd later gesloopt om een begin te maken met de aanleg van de Spuiboulevard. In de rechterbenedenhoek,zien we vlak na de Johan de Wittbrug nog aan de linkerkant het fraaie Oranjehotel. Op deze plek vinden we nu de Mediamarkt. Ook het prachtige badhuis staat hier nog te schitteren aan de waterkant. Voor de rest valt op, dat er nog bijna geen hoogbouw in de stad te vinden is.
Even verderop zien we het Bagijnhof met daar nog in volle glorie het oude Postkantoor. Nog beter is het warenhuis Linders te herkennen. Het gebouw V&D was vanaf deze plek via de Sarisgang niet zo gemakkelijk te bereiken als tegenwoordig. Deze onderneming had zich toen met haar entree nog volledig gericht op de belangrijkste winkelstraat van Dordrecht: de Voorstraat. Het Scheffersplein zou in de ogen van de ondernemers ideaal zijn, om daar de auto's voor de deur van het warenhuis neer te zetten. Aan de bovenkant van de foto vinden we het plein, met nog maar slechts enkele auto's geparkeerd. Dat zou snel veranderen.
Deze opname moet van vóór 1965 zijn want het Statenplein is nog niet gerealiseerd. Kijken we naar de achterzijde van het V&D gebouw, zien we de zadeldaken van de honderden woningen waarvan de meeste in een slechte conditie verkeerden. Geld om de woningen op te knappen was er niet. De historische waarde van de typisch Dordtse geveltjes werd nog onvoldoende ingeschat. De vraag van de ondernemers om ruimte te maken voor de auto werd steeds groter. Aan de linkerzijde van de foto zien we het stadhuis. In de gemeenteraad werd de roep om ingrijpen ook steeds luider. Werden hier misschien wel bij het maken van deze foto de definitieve plannen gesmeed tot de forse sanering? Achteraf kunnen we zeggen, dat er teveel is afgebroken in onze stad. Veel panden hadden na een flinke verbouwing onze stad nog mooi kunnen opsieren. Het is voor ons -Dordtenaren- een les geweest. We moeten heel zuinig zijn op ons erfgoed. Iets wat is afgebroken komt definitief nooit meer terug.

KLM Aerocarte 2


Vooral in de buurt van het station, de Zwijndrechtse brug en het Merwesteijnpark heeft Dordrecht in de Tweede Wereldoorlog flink te lijden gehad van bombardementen. Maar gelukkig werd de stad niet zo vernield als Rotterdam, waarbij grote delen van de binnenstad door Duitse bommenwerpers met de grond gelijk werd gemaakt. Dit betekent niet dat de oorlog geen sporen in onze stad naliet. Veel woningen waren lange tijd niet goed onderhouden, deels gesloopt voor brandhout en moesten daarom onbewoonbaar worden verklaard. Sloop was de enige optie om verdere verkrotting te stoppen en daarbij werd nogal rigoureus te werk gegaan. In november lieten wij u een foto van Dordrecht zien voordat de sanering onze stad op zijn kop zette. Sinds eeuwen was de stad gemakkelijk te bereiken vanaf het water. Dit veranderde geleidelijk na de bouw van het station in 1872. In de jaren 60 van de vorige eeuw heerste de opvatting dat de stad nog veel beter vanaf het land benaderbaar moest worden. Havens konden dus best wel worden gesloten en brede wegen moesten het centrum bereikbaar maken voor de auto. Op de foto uit deze tijd zien we dat de Spuihaven inderdaad werd dichtgegooid. Zelfs even werd het plan geopperd om de Nieuwe Haven te dempen. Bezoekers van de stad moesten vooral tot ver in het centrum met de bus kunnen worden afgezet. Dordrecht moest mee in de vaart der volkeren. Er kwam hoogbouw en er werden kunstmatig pleinen geforceerd om in de parkeerbehoefte te voorzien. Maar er kwamen ook tegenkrachten. Er werd in dezelfde jaren 60 een comité Binnenstad Dordrecht opgericht. Deze groep burgers weigerden de stelling te aanvaarden dat een levende binnenstad slechts te bereiken is door het verkeer royaal in het centrum te penetreren. Dringend werd gepleit voor een nieuw onderzoek, zodat verantwoord vast kwam te staan hoe de stad en de schil het groeiend verkeer zou kunnen opvangen. Ondanks alles toont deze foto aan dat de Spuihaven transformeerde naar een Spuiboulevard. Een nieuw Achterom sloot aan op een verbrede Sarisgang en achter V&D verscheen het Statenplein. De kaalslag aan het Bagijnhof was indrukwekkend. Het comité heeft dus zeker zijn zin niet helemaal gekregen. Maar gelukkig drong wel langzamerhand het besef door bij de bestuurders dat het zo niet langer door kon gaan. De Spuihaven werd later toch weer gedeeltelijk open gegraven. Het zou toch mooi zijn als we binnenkort een foto kunnen laten zien waarop de huidige situatie staat weergegeven. Want 1 ding is zeker; de ontwikkeling van onze binnenstad staat niet stil maar blijft altijd in beweging.

overzicht trajecten                        volgend traject                       vorig traject


home

alle trajecten

tijdbalk